Een slim gebouw regelt zelf het klimaat, opent deuren met een pas of app, meet de bezetting met sensoren en laat beelden op afstand zien. Elke functie die dat mogelijk maakt, zet een verbonden apparaat op je locatie. Gebouwbeheer schuift zo op richting IT, en daarmee komen vragen op die niet vanzelf bij één afdeling landen.

In dit artikel lees je welke systemen een gebouw slim maken en welke afhankelijkheden je erbij krijgt. Aan de hand van een herkenbaar scenario zie je waarom eigenaarschap vaak het zwakke punt is. Daarna krijg je vier vragen waarmee je het overzicht houdt, zonder de voordelen van een slim gebouw op te geven.

Welke systemen een gebouw slim maken

Wat een gebouw slim maakt, zijn de systemen die erin draaien, zoals:

  • klimaatregeling en slimme thermostaten
  • toegangspoortjes, paslezers en intercoms
  • camera's en bezettingssensoren
  • liften, verlichting en zonwering die je op afstand bedient
  • energiemeters en laadpalen

Het NCSC rekent een groot deel hiervan tot Operational Technology (OT): systemen die processen in de fysieke wereld aansturen. Als voorbeelden noemt het NCSC onder meer camerasystemen op bedrijfsterreinen, liften in gebouwen, slimme thermostaten en toegangspoortjes. Het benadrukt ook dat OT niet alleen bij fabrieken en grote bedrijven voorkomt.

Al deze systemen communiceren met elkaar, met een beheerplatform en vaak ook met de leverancier.

Van gebouwtechniek naar netwerkapparaat

Een thermostaat is tegenwoordig een apparaat met software, een netwerkaansluiting en soms een cloudkoppeling. Volgens het NCSC waren OT en IT ooit volledig gescheiden, maar raken ze technisch steeds meer met elkaar verbonden. Die koppeling maakt beheer op afstand en automatisering mogelijk.

Tegelijk staan veel van deze systemen direct of indirect in verbinding met internet. Dat brengt risico's mee, zoals malware of kwaadwillenden die systemen overnemen of uitschakelen.

Het NCSC wijst nog op iets anders: OT gaat vaak veel langer mee dan IT, terwijl leveranciers op een gegeven moment stoppen met updates. Een gebouwsysteem dat jaren meegaat, kan dus draaien op software die de leverancier al lang niet meer bijwerkt. Vraag daarom al bij de aanschaf hoe lang de leverancier het apparaat ondersteunt.

Wie is eigenaar van al die systemen?

Facilitair kiest het klimaatsysteem, de beveiliger plaatst de camera's, een installateur sluit de laadpalen aan en IT krijgt het verzoek om even een verbinding open te zetten. Elke partij doet haar deel goed, maar niemand overziet het geheel. Daar zit het eigenlijke probleem.

Het NCSC wijst op hetzelfde patroon: bij OT is de verantwoordelijkheid voor beveiliging vaak onduidelijk, omdat IT, OT en leveranciers los van elkaar werken en andere prioriteiten hebben. Herken je dat, dan ligt dat niet aan de betrokkenen. Het komt voort uit de manier waarop gebouwbeheer en IT van oudsher georganiseerd zijn.

Een slim gebouw is pas veilig als iemand alle verbonden onderdelen samen overziet, en niet alleen de eigen installatie.

Die rol hoeft niet bij één beheerder te liggen. Wel moet duidelijk zijn wie de samenhang bewaakt en wie beslist als een wijziging bij de ene partij de andere raakt.

Praktijkinzicht: de klimaatregeling die niemand kende

Een herkenbaar scenario, puur ter illustratie. Een kantoorlocatie krijgt een nieuw klimaatsysteem dat de installateur op afstand kan uitlezen. Daarvoor komt de regelunit op het bestaande netwerk en krijgt de installateur een account, waarna alles meteen werkt.

Een tijd later brengt IT de apparaten op het netwerk in kaart en vindt een onbekend apparaat met een verbinding naar buiten. Niemand bij IT weet wat het is. Facilitair weet wel dat er een nieuw klimaatsysteem hangt, maar niet hoe het is aangesloten. De installateur gaat ervan uit dat de beveiliging bij de klant ligt.

Binnen de eigen opdracht deed niemand iets fout. Het gat zat in een afspraak die niemand had gemaakt: wie beoordeelt een nieuw verbonden apparaat voordat het op het netwerk komt?

Vier vragen voor overzicht in een slim gebouw

Begin met deze vier vragen:

  1. Welke verbonden systemen draaien er per gebouwzone? Maak een overzicht van alles wat aan het netwerk hangt, ook van apparaten die niemand als IT ziet. Het NCSC adviseert bij het beveiligen van OT een complete inventarisatie, inclusief software, firmware en leveranciers.
  2. Welke verbindingen zijn echt nodig? Bij slimme apparaten adviseert het NCSC eerst na te gaan of een internetverbinding wel nodig is. Is dat niet zo, houd het apparaat dan offline.
  3. Wie regelt updates, accounts en toegang op afstand? Leg dat per systeem vast, ook als een leverancier het uitvoert.
  4. Wie beoordeelt nieuwe apparaten? Spreek af dat een nieuw systeem eerst langs IT en beveiliging gaat, voordat iemand het aansluit.

Voor de technische inrichting raadt het NCSC onder meer aan om OT en IT van elkaar te scheiden en alleen externe toegang toe te staan die aantoonbaar nodig is.

Laat gebouwbeheer, beveiliging en IT samen ontwerpen

Een slim gebouw raakt gebouwbeheer, beveiliging, netwerk en IT tegelijk. Het werkt daarom het best als die disciplines vanaf het ontwerp samen naar de plannen kijken. Binnen All Data Secure combineren we daarvoor kennis van beveiliging en toezicht, connectiviteit en IT en cybersecurity.

Lees meer over slimme en veilige locaties. Gaat het om camera's, lees dan waarom jouw camera ook een IT-systeem is.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen een slim gebouw en een gebouw met gewone IT?

In een slim gebouw zijn naast computers en telefoons ook de gebouwsystemen zelf verbonden, zoals klimaat, toegang, verlichting en sensoren. Die systemen sturen processen in de fysieke ruimte aan.

Horen gebouwsystemen zoals klimaatregeling bij IT of bij facilitair?

Vaak bij allebei. Facilitair is meestal eigenaar van de functie, IT van het netwerk waarop het systeem draait. Leg daarom per systeem vast wie beslist.

Is een slim gebouw kwetsbaarder dan een traditioneel gebouw?

Niet vanzelf, al heeft het wel meer digitale ingangen. Met een actueel overzicht, alleen noodzakelijke verbindingen en goed geregelde updates houd je die ingangen beheersbaar.

Wat vraag je een leverancier van slimme gebouwsystemen vóór de aanschaf?

Vraag hoe lang het apparaat beveiligingsupdates krijgt, welke verbindingen het nodig heeft en hoe beheer op afstand is beveiligd.

Mag een installateur op afstand inloggen op gebouwsystemen?

Dat kan, als die toegang aantoonbaar nodig is en goed geregeld is. Geef elke leverancier een eigen account in plaats van een gedeeld account, en zet de verbinding bij voorkeur alleen open als er onderhoud gepland staat. Leg vast wie die toegang heeft en wie hem intrekt als het contract afloopt.

Kun je een bestaand gebouw stap voor stap veiliger maken?

Ja, daarvoor hoef je niet alles tegelijk te vervangen. Begin met het overzicht van verbonden systemen en sluit verbindingen die niemand nodig heeft. Pak daarna de systemen aan die toegang of veiligheid raken, zoals paslezers en camera's, voordat je naar klimaat of verlichting kijkt.

Deel dit artikel